maandag 9 mei 2016 / Trouw / Traditionele Santa Luciaviering

Krant en Tijdschrift / Achtergrond

Het Goddeloze Volk

Waarom houden zoveel Zweden van christelijke gebruiken zonder erin te geloven? Dat vroeg religiewetenschapper David Thurfjell zich af. Zijn boek over de Zweedse identiteit werd een hit.

 

Zweden geven hun kinderen het liefst christelijke namen, ze trouwen meestal in de kerk, vieren Pasen en Kerst en tachtig procent van hen betaalt zonder mokken kerkbelasting. Toch zien ze zichzelf als het meest seculiere volk op aarde. David Thurfjell, hoogleraar aan de Södertörn Universiteit, onderzocht die discrepantie. Zijn boek 'Det Gudlösa Folket' (Het Goddeloze Volk) werd een onverwacht grote hit en leidde tot een breed publiek debat over de Zweedse identiteit.

 

Tot voor kort hield religiewetenschapper David Thurfjell (43) zich eigenlijk helemaal niet bezig met het christendom, en al helemaal niet met Zweden. Eerder bestudeerde hij Roma en religieuze minderheden in Iran. "Maar mijn onderzoek naar andere culturen maakte mij nieuwsgierig naar mijn eigen achtergrond", vertelt hij "Ondanks het feit dat weinigen in Zweden zich christen noemen, is onze cultuur doordrenkt van de christelijke tradities, normen en waarden."

 

Wijzend naar een vrouw met een hoofddoek een paar tafels verderop zegt Thurfjell; "Laten we een gedachte-experiment doen. We noemen haar, aan die tafel daar, Aicha. Ze draagt een hoofddoek, geeft haar kinderen islamitische namen, eet halal en viert het offerfeest. Waar associeer je dat allemaal mee? Juist, de islam. Maar doe je dat ook bij jezelf? Identificeer jij jezelf ook als christen? Ondanks het feit dat jij je kinderen christelijke namen geeft en christelijke feestdagen viert? Velen vertikken het zich als christen te identificeren, terwijl ze aan alle kenmerken voldoen. Dat klopt niet."

 

Uit Thurfjells onderzoek blijkt dat veel Zweedse gelovigen zich generen voor het feit dat ze gelovig zijn. "Op de een of andere manier is het een geaccepteerde sociale conventie geworden dat religieus zijn iets kneuzigs is." Als zoon van een dominee kan hij daar over meepraten; zijn tijd op de middelbare school was niet altijd even makkelijk. Maar ook oudere generaties kennen dezelfde gêne. Thurfjell interviewde een vrouw van 77 die nog altijd een smoesje ophoudt als ze een bekende tegenkomt op weg naar de kerk. "Haar geloof is rotsvast, maar toch is ze bang voor de vooroordelen van anderen."

 

Religieus erfgoed

 

Het probleem is dat Zweden zich totaal niet bewust zijn van de christelijke waarden waarmee hun cultuur doorspekt is, denkt Thurfjell. Ze hebben volgens hem een verkeerd zelfbeeld. "Regelmatig houd ik presentaties over de islam voor medewerkers van asielzoekerscentra, op scholen, bij de politie, de sociale dienst, het leger, noem maar op. Ik vertel ze dan over de Koran, islamitische tradities, de rol van het kolonialisme, en dat vinden ze allemaal reuze interessant. Ze denken dat ze er blanco ingaan, maar ze zijn blind voor hun eigen religieuze erfgoed en de lading christelijke normen en waarden die ze met zich meesjouwen."

 

Thurfjell beschrijft in zijn boek hoe de definitie van een christen door de decennia heen langzaam verschuift in Zweden. Eind jaren twintig grepen de sociaal-democraten de macht. Ze begonnen te bouwen aan het Folkhem: een modernistisch ideaal waarin de staat als huis van het volk werd gezien, wetenschap en filosofie leidend zijn en de ontplooiing van het individu centraal staat. De macht van de kerk werd steeds kleiner. Volgens Thurfjell lukte het de christelijke voorlieden niet een antwoord te formuleren op dit modernistische verhaal. Christen zijn werd steeds meer iets oubolligs; iets waar geen moderne Zweed zich meer mee wilde identificeren

 

Toch kwam de formele scheiding tussen kerk en staat pas in 2000 tot stand. "De staatskerk bleef belangrijk in het Zweedse leven. De sociaal-democraten gebruikten de kerk als een centrale plek in de samenleving, met zo min mogelijk religieuze inhoud. Dat is een van de redenen dat zoveel Zweden nog kerkbelasting betalen, uit gewoonte."

 

Tot 1991 hield de kerk zelfs het bevolkingsregister bij. Daarom konden tradities als trouwen in de kerk en dopen stand houden. "Maar het probleem was dat de kerk geen verhaal meer had. Het hoorde er wel bij, maar het betekende niets."

 

Zoals vele Zweden heeft Thurfjell zich langzamerhand losgeweekt van de kerk. Hij is gedoopt en getrouwd in de kerk, viert Kerst en betaalt trouw zijn kerkbelasting, maar een dienst bezoeken, dat doet hij nooit. Een seculiere post-christen noemt hij zichzelf, een toestand waar volgens hem het overgrote deel van de Zweedse bevolking zich in bevindt.

 

Zo'n tien procent van de Zweedse bevolking is actief religieus: ze bidden en gaan regelmatig naar de kerk. Zo'n vijftien procent noemt zichzelf atheïst, en de rest is wat Thurfjell post-christen noemt. "Post-christenen doen christelijke dingen zonder er in te geloven. Het is een breuk met de traditionele christelijke religie. Het christendom blijft van invloed, want je hebt het nodig om je er tegen af te kunnen zetten. Dat geldt eigenlijk ook voor mensen die zich atheïsten noemen; ook zij komen voort uit de Zweedse christelijke traditie. Zij zijn er net zo goed door gevormd, maar weigeren dat te accepteren."

 

Scheef zelfbeeld

 

De komst van grote groepen vluchtelingen heeft ook in Zweden de verhoudingen op scherp gezet. Het land verkeert volgens Thurfjell in een identiteitscrisis: "We worden verscheurd door aan de ene kant een groep met rechtse, nationalistische ideeën die het gevoel heeft dat de Zweedse identiteit verloren gaat. Aan de andere kant staat een groep progressieve internationalisten die het punt van de natiestaat überhaupt niet zien en zeggen: gooi de grenzen maar open."

 

Hoewel vrijwel geen Zweed zich christen noemt, is ook de manier waarop ze de vele nieuwkomers tegemoet treden sterk geladen door hun lutherse traditie. In die Zweeds-lutherse traditie ligt de nadruk op het geschrift; rituelen zijn volgens Thurfjell irrelevant. "Daarom begrijpen veel Zweden er niets van dat moslims zich bijvoorbeeld op een bepaalde manier willen kleden, of Hindoes op een bepaalde manier met dieren omgaan. Een moslim is voor veel Zweden iemand die gelooft in de Koran. Daardoor ontstaan misverstanden over mensen zoals Aicha, die in wezen niet heel anders zijn dan zijzelf."

 

"De Zweden zijn religie steeds meer als iets vreemds gaan zien, iets van de ander, iets onbegrijpelijks. Ikzelf heb ook een moeilijke relatie met mijn religieuze achtergrond. Sommigen onderdelen haat ik, maar andere onderdelen koester ik juist. Ik denk kritisch na over mijn religie, maar ik ben er ook loyaal aan. Het scheve zelfbeeld van de Zweden staat het begrip voor andere culturen in de weg. Want wie zegt dat Aicha niet net zo'n ingewikkelde verhouding tot de islam heeft als ik tot het christendom? Hoe anders is ze nu eigenlijk echt?"

 

Dat zijn boek zo goed is ontvangen, stemt Thurfjell hoopvol. "Zweden is op dit moment zo gepolariseerd, maar op de een of andere manier heb ik een boek geschreven waarin iedereen zich herkent. Mijn doel was om te beschrijven, niet normatief te zijn. Maar ik hoop wel dat mensen zich bewust worden van hun eigen achtergrond, zeker in de ontmoeting met andere culturen."